Heb je de knoop door gehakt en besloten om zelf te gaan behangen, dan doe je er verstandig aan om je goed voor te bereiden. Het klinkt misschien eenvoudig, maar behangen is iets dat precies moet gebeuren. Er kan namelijk nog wel eens wat mis gaan. Laten we beginnen met hoe je het behang moet ophangen. Je kunt het beste bovenaan de muur beginnen met een overlap. Vanaf hier moet je in een rechte baan naar onder werken om het beste resultaat te behalen. Het beste kun je dit doen met een behangborstel. Deze koop je bij de groothandel of bij een verfzaak.

behang

Werken met een gereedschap

Nadat je de overlap hebt gemaakt ga je dus naar onder werken. Als je de onderkant aandrukt met een zogeheten behangspatel lukt dit het beste. Het mooie is dat je al het behang wat uitsteekt heel makkelijk met een mesje kunt af snijden. Zo heb je geen uitstekende stukken behang en je voorkomt een rommelige uitstraling. Zoals eerder vermeld: behang plakken is een kunst en vergt concentratie en precisie. Maak het jezelf makkelijk door goede materialen te gebruiken. Wat hiermee bedoeld wordt is dat je ervoor moet zorgen dat je een scherp mes hebt, een schone behangspatel enzovoorts. Die laatstgenoemde is eigenlijk een must. Hij is namelijk multifunctioneel. Buiten dat je m’ gebruikt om je behang aan te duwen kun je met de spatel ook een vouwlijn maken aan de bovenzijde. Een goede tip: heb je moeite met het knippen of snijden van behang? Maak het dan nat!

De laatste loodjes

Iedereen die wel eens een poging heeft gewaagd om te behangen heeft het gemerkt: luchtbellen komen vaak voor. Deze luchtbellen zijn eigenlijk het laatste dat je wilt zien. Er is gelukkig geen reden voor paniek. Vaak zijn de luchtbellen klein van stuk. Deze kun je vrij makkelijk weg halen. Dit doe je door ze glad te strijken. De luchtbellen die wat groter zijn kosten vaak wat meer moeite. Het is aan te raden om deze eerst weg te wrijven. Mocht dit niet lukken, dan moet je ze leeg prikken met je stanleymes.